De oude school

Ach, zou die school er nog wel zijn,
kastanjebomen op het plein,
de zware deur,
platen van ridders met een kruis
en van Goejanverwellesluis,
geheel in kleur.

Die mooie school, daar stond je met
een pas gejatte sigaret
in ’t fietsenrek,
daar nam je bibberig en scheel
en van ellende groen en geel
opnieuw een trek.

En als de meester jarig was
werd het rumoerig in de klas
en zat je daar,
en je verwachtte zo direct
een uiterst boeiend knaleffect:
de klapsigaar.

Je speelde in een schooltoernooi
en het begin was wondermooi:
fijn voetbalweer,
je kreeg met 10 – 1 op je smoel,
de kleine keeper in zijn doel
hij weende zeer.

De najaarsblaren op de grond,
daar stapte je zo fijn in rond,
de school voorbij,
en ’s winters was de kachel heet
en als je daar dan sneeuw in smeet,
dan siste hij.

Het moet er allemaal nog zijn,
de deur, de bomen en het plein,
de grote heg,
alleen die mooie lichte plaat
waarop een kleine dessa staat,
is misschien weg.
 

Willem Wilmink
(uit: Goejanverwellesluis. Korenschoven, liedjes en gedichten.
Amsterdam, 1971)