Waarom de wind zo boos is
weet ook zij niet, evenmin
waarom de vaders weggaan
en de moeders weer zijn opgenomen.

Ze raapt veel op.

Ze zegt: dit is mijn lievelingsmuziek
en laat het horen.

Ze zingt dwars door de klas: waarom
is het hier nu zo druk,
ik praat mezelf een ongeluk

Ze moeten lachen.

Wie het bangste is
om weer naar huis te gaan
mag helpen opruimen;
dan valt de avond minder
plompverloren.

Al haar lesstof is geordend
om de vraag, op geen examen
ooit gesteld: hoe leer je ze
vergeten dat ze in verkeerde
plannen zijn geboren.

Het moorden kent zijn tijd,
na vieren, zijn plaats, op straat,
zijn doel, tweemaal per week
de ondergang van iemand die
ook kind is, maar in doodsnood
niet eens vlucht of bijt.

Ed Leeflang