Soms moet het werkelijk stil zijn,
zij luidt haar kleine bel,
aandacht sneeuwt neer.

Nu nemen alle levenden hun stoeltje
op, zij maken een kring en wachten op
een lettergreep, een zegening,
een inval van een beer.

Ze is een beetje schele fee,
dat geeft haar fluisteren mysteries
mee; (daar gaat er een opeens
genezen).

De zon schijnt welgemoed en
zo rustig langs haar wangen.

Dit is vrede boven de
nieuwsgierigheid, waarnaar ze
grijs geworden, dik van leven
nog verlangen.

Ed Leeflang