DE LEERAAR

Hij kreeg ook de ongezeggelijksten stil,
omdat aan hem geen eer viel te behalen,
uitgediend was in zijn klas grap en gril,
het roerigste volkje zweeg in duizend talen.

Geen poogde hij te laten buigen voor zijn wil,
elk boog. Verstrooid kon hij de klas in dwalen
langzaam gaan zitten om langzaam zijn stalen
bril om te ruilen voor zijn andere bril.

Vijftig minuten lang doceerde hij
met zachte keelstem over dier en plant,
wie hem gehad had was examensafe...

Mij lijkt het nu of hij een spel bedreef,
dat plotseling ernst werd bij zijn afscheidshand
aan wie school wisselde met maatschappij.

Han G. Hoekstra (ca. 1942)