DE DOMOORWORM

De domoorworm vraagt zich vaak af
Waarom God hem geen hersens gaf.

Mijn vader heeft oprecht geleefd,
En steeds het goede nagestreefd,

En ook mijn moeder deed haar best,
En heeft geflikflooid noch geflest,

Denkt hij verdrietig - O, waarom
Blijf ik dan toch zo oliedom?

Waarom de blauwbilgorgel niet,
De blobber, of de slurfparkiet?

Waarom juist ik, een arme worm?
Ben ik er dan maar voor de vorm?

Doch niemand die het antwoord weet
En hem komt troosten in zijn leed.

C. Buddingh