FATA MORGANA

En hij doceerde (en spande pink en duim
van Dover naar Calais): -Dit heet Kanaal...-
Toen brak zijn blik de muren van 't lokaal:
over zijn vingers stroelde driest zeeschuim...-

de zon dreef in een porceleinen schaal...
de zilte wind joeg lammren door het ruim...
zeeruiters hieven zingend elk een pluim
en vielen stoeiend door het ovaal,

de weeke buik van de verzande bocht...
daar wenkte wuft, hals uit 't bewogen vocht,
de zeemeermin en rinkelde met schelpen...
Nog vóór hij boog om 't wezen voort te helpen,
vluchtte de droom voor het gejoel der welpen...
Er wiegelde één of hij naar achter mocht.

G. den Brabander